Keizer Haile Selassie was de laatste keizer van Ethiopië. Als keizer maak je uiteraard vele reizen en tot nu toe hebben drie van zijn reisverhalen mijn oor bereikt:
De reis naar Awasa
Kort nadat het meteorologisch instuut van Ethiopië ingewijd werd, plande Haile Selassie een reis naar Awasa in het zuiden van het land. Hij wilde graag reizen op een zonnige dag en dus vroeg hij een weersvoorspelling aan de meteorologen. Zij verzekerden hem dat het op de geplande dag zonnig zou blijven. De reis kon doorgaan.
Bij het verlaten van Addis Abeba kwam het gezelschap een kudde ezels tegen. De ezels hadden hun oren naar achter. Wanneer ezels hun oren naar achter hebben, is er slecht weer op komst volgens de traditionele manier van weersvoorspellen in Ethiopië. Oren naar voren betekent zon. Ook Haile Selassie was op de hoogte van deze regel. Nu twijfelde hij of de meteorologen wel een goede voorspelling hadden gemaakt. Na enige aarzeling besloot hij om toch door te gaan met de reis. De meteorologen beoefenden immers modernste wetenschap.
Kort na de middag barstte er een hevig onweer los. Het was zo erg dat de reizigers onderdak moesten zoeken in een dorpje langs de weg en pas de volgende dag verder konden trekken.
Sinds die dag vertrouwde Haile Selassie geen meteorologen meer. Zelfs vandaag heb je in dit land maar twee opties wanneer je een precieze voorspelling nodig hebt: ofwel kijk je uit het raam, ofwel kijk je naar de oren van de ezels op straat.
De rondreis door Afrika
Toen Haile Selassie een rondreis door Afrika maakte met het vliegtuig, gaf hij in elk land dezelfde opmerking: "Ethiopië is niet Afrika."
De reis naar Jamaica
Dit is het bekendste verhaal over Haile Selassie, die ook gekend was onder de naam Ras (koning) Tafari.
Toen de keizer naar Amerika reisde, bezocht hij ook Jamaïca. Dat land werd in die tijd geplaagd door een ernstige droogte. Het had al maanden niet geregend, de oogst zou slecht uitvallen en alles wat de boeren konden doen, was bidden en hopen op regen.
Wanneer de keizer na de landing uit zijn vliegtuig stapte, gebeurde er echter iets wonderbaarlijks: het begon hevig te regenen. De menigte die zich op de luchthaven verzameld had, staarde vol ongeloof naar de hemel en vervolgens naar de keizer. Al snel maakten sommigen de verbinding.
"Jij bent de Messias!", riep een man.
Haile Selassie haastte zich om dit te ontkennen.
"Je ontkent, dan ben je het zeker!", antwoordde dezelfde man.
"Ras Tafari is onze Verlosser! Leve de Messias", juichten de mensen.
Zo kreeg Haile Selassie vele aanhangers in Jamaïca. Zij beschouwden hem als een goddelijke Messias en noemden zichzelf Rastafari's. Het beloofde land Zion lag voor hen in Ethiopië en ze waren ervan overtuigd dat hun eigen voorouders er gewoond hadden. De band tussen de keizer en de Rastafari's was zo sterk dat de keizer hen een stuk land schonk in Sashamene zodat ze terug konden keren naar hun "thuisland".
In Sashamene vind je nu nog een grote Rastafarigemeenschap, die echter niet zeer geliefd is bij de oorspronkelijke christelijke bevolking.
Toen de keizer naar Amerika reisde, bezocht hij ook Jamaïca. Dat land werd in die tijd geplaagd door een ernstige droogte. Het had al maanden niet geregend, de oogst zou slecht uitvallen en alles wat de boeren konden doen, was bidden en hopen op regen.
Wanneer de keizer na de landing uit zijn vliegtuig stapte, gebeurde er echter iets wonderbaarlijks: het begon hevig te regenen. De menigte die zich op de luchthaven verzameld had, staarde vol ongeloof naar de hemel en vervolgens naar de keizer. Al snel maakten sommigen de verbinding.
"Jij bent de Messias!", riep een man.
Haile Selassie haastte zich om dit te ontkennen.
"Je ontkent, dan ben je het zeker!", antwoordde dezelfde man.
"Ras Tafari is onze Verlosser! Leve de Messias", juichten de mensen.
Zo kreeg Haile Selassie vele aanhangers in Jamaïca. Zij beschouwden hem als een goddelijke Messias en noemden zichzelf Rastafari's. Het beloofde land Zion lag voor hen in Ethiopië en ze waren ervan overtuigd dat hun eigen voorouders er gewoond hadden. De band tussen de keizer en de Rastafari's was zo sterk dat de keizer hen een stuk land schonk in Sashamene zodat ze terug konden keren naar hun "thuisland".
In Sashamene vind je nu nog een grote Rastafarigemeenschap, die echter niet zeer geliefd is bij de oorspronkelijke christelijke bevolking.
Keine Kommentare:
Kommentar veröffentlichen